Enkele jaren geleden schreef ik samen met Alex Settels en Maarten Festen over de ontwikkeling van IHE-gebaseerde uitwisseling van medische informatie in Nederland.
Het verhaal begon met de digitalisering van de radiologie. Naarmate medische beeldvorming digitaal werd, hadden ziekenhuizen manieren nodig om die beelden buiten hun eigen organisatie uit te wisselen. In de loop der tijd werden regionale netwerken gebaseerd op Cross-Enterprise Document Sharing (XDS) en Cross-Enterprise Document Sharing for Imaging (XDS-I), profielen ontwikkeld door IHE, onderdeel van de infrastructuur voor het delen van medische informatie tussen ziekenhuizen.
Een van de conclusies die we destijds trokken, was dat succesvolle uitwisseling van informatie afhangt van veel meer dan alleen technologie. Standaarden zijn belangrijk, maar ook governance, processen, afstemming en vertrouwen.
Vandaag de dag denk ik dat we ons een andere vraag moeten stellen. Ziekenhuizen staan onder druk om meer waarde te halen uit bestaande IT-investeringen, terwijl ze tegelijkertijd de kosten en de beperkte technische capaciteit moeten beheersen. Elke extra uitwisselingsomgeving voegt iets toe aan de operationele, onderhouds- en governance-aspecten. Door de bestaande infrastructuur uit te breiden naar meer klinische domeinen, kan de waarde van die investering toenemen en de noodzaak om parallelle benaderingen te beheren afnemen.
Maken we wel voldoende gebruik van de infrastructuur die we al hebben opgebouwd?
Radiologie is in veel ziekenhuizen al gekoppeld aan XDS. Cardiologie vaak niet.
Cardiologische onderzoeken verlopen vaak via een aparte uitwisselingsomgeving, met eigen integraties en operationele processen.
Er zijn goede redenen waarom cardiologie en radiologie zich anders hebben ontwikkeld. Hun klinische workflows verschillen. Hun systemen en applicaties kunnen verschillen. Cardiologen en hun teams hebben andere eisen. Maar een andere klinische workflow vereist niet automatisch een andere uitwisselingsinfrastructuur.
Dat onderscheid is belangrijk.
Wanneer een ziekenhuis beelden van een ander specialisme moet uitwisselen, is de eerste vraag vaak: welke aanvullende oplossing hebben we nodig?
Vanuit architectuur-, operationeel en waardeperspectief denk ik dat we ergens anders moeten beginnen.
Kan de infrastructuur die we al gebruiken deze nieuwe klinische datastroom ondersteunen?
XDS wordt vaak nauw geassocieerd met radiologie, omdat radiologie een belangrijke drijfveer was achter de adoptie ervan. Maar de onderliggende infrastructuur is gebaseerd op standaarden en is leveranciersneutraal.
Dat geeft ziekenhuizen de mogelijkheid om twee zaken die soms als één geheel worden beschouwd, van elkaar te scheiden: de klinische workflow en de infrastructuur waarmee informatie beschikbaar wordt gesteld en gedeeld. De kernboodschap is om de data van het proces te scheiden. Cardiologie kan de klinische tools en workflows blijven gebruiken die hun cardiologen nodig hebben. Het uitbreiden van XDS betekent niet dat cardiologie een radiologieworkflow wordt.
Ziekenhuizen die al een op XDS gebaseerde uitwisselingsinfrastructuur gebruiken, kunnen op dezelfde manier verbinding maken en profiteren als radiologie. Dezelfde onderliggende uitwisselingsinfrastructuur en hetzelfde governance-model ondersteunen andere beeldvormingsdomeinen, in plaats van een parallelle uitwisselingsomgeving te introduceren.
Dit verandert de architectuurdiscussie.
Het doel is niet consolidatie omwille van de consolidatie. Het gaat erom bewust te bepalen welke onderdelen van de architectuur echt specialisme specifiek moeten zijn en welke gedeeld kunnen worden.
Dit is waar het argument praktisch wordt voor IT-teams in de gezondheidszorg.
Een parallelle omgeving betekent een extra stack die moet worden beheerd en onderhouden. Het kan ook betekenen dat er een extra systeem moet worden gelicentieerd en onderhouden, naast aparte processen voor het uitwisselen van onderzoeken.
Het integreren van cardiologie in de bestaande XDS-infrastructuur vereist een andere aanpak.
Voor ziekenhuizen die Founda al gebruiken voor radiologie, zijn het netwerk, de toestemmings- en ophaalprocessen al aanwezig. Het platform wordt al beheerd, beveiligd, gepatcht en gereguleerd. Het nieuwe element is de PACS-verbinding voor cardiologie.
Via Founda's Integration Engine (voorheen forConnect) kan de cardiologie-PACS verbinding maken met de bestaande XDS-omgeving, zonder dat er een extra uitwisselingsstack nodig is. Radiologie en cardiologie kunnen vervolgens hetzelfde onderliggende platform en dezelfde ophaalprocessen gebruiken, terwijl de klinische tools en workflows die geschikt zijn voor elk specialisme behouden blijven.
Hier wordt ook governance belangrijk.
Cardiologie kan werken met dezelfde toestemmings- en auditmechanismen die al voor radiologie worden gebruikt. Founda's Mitz Connector integreert toestemmingsverificatie in workflows voor gegevensbeschikbaarheid, terwijl het bestaande ATNA-auditspoor dezelfde aanpak ondersteunt voor het controleren van toegang en uitwisseling.
Ook de klinische ervaring hoeft niet te veranderen. De bestaande tools en het EPD blijven in gebruik, zonder dat er een extra login nodig is om de uitwisseling te ondersteunen.
Dit weerspiegelt een breder principe achter Founda's aanpak voor beeldbeschikbaarheid: verschillende beeldvormingsworkflows kunnen gebruikmaken van een gedeelde, op standaarden gebaseerde infrastructuur in plaats van dat de uitwisselingslaag voor elk individueel gebruiksscenario opnieuw moet worden opgebouwd.
Het doel is niet om te consolideren omwille van de consolidatie.
Het is om weloverwogen keuzes te maken over wat specifiek moet blijven voor een klinische workflow en wat gedeeld kan worden binnen de organisatie of het netwerk.
Het St. Antonius Ziekenhuis biedt een nuttig voorbeeld.
Het ziekenhuis integreerde de uitwisseling van cardiologische beelden in de bestaande XDS-infrastructuur.
Ze begonnen met de klinische behoefte: samenwerken met hun cardiologen om te begrijpen wat er gedeeld moest worden, met wie en hoe.
Van daaruit werden de relevante processen en datastromen geïdentificeerd. Het koppelen van het cardiologische PACS-systeem werd vervolgens grotendeels een kwestie van het configureren en testen van die stromen in de bestaande XDS-omgeving.
Het is een gestructureerde uitbreiding van de bestaande architectuur.
En de overgang hoeft niet in één keer te gebeuren. Bestaande en nieuwe routes kunnen parallel lopen tijdens de overgang, waarbij de bestaande route wordt uitgefaseerd zodra er voldoende dekking is.
Dit is nog steeds een implementatietraject. Het moet ook als zodanig worden gepresenteerd. Maar het laat zien dat de architectuurkeuze een praktische is, en niet slechts een theoretische discussie over consolidatie.
Cardiologie is de directe toepassing, maar ik denk dat de bredere architectuurvraag belangrijker is. De IT-infrastructuur in de gezondheidszorg moet voldoen aan eisen die zich voortdurend ontwikkelen.
Vandaag de dag is de vraag bijvoorbeeld hoe cardiologische beelden beschikbaar kunnen worden gemaakt voor verschillende organisaties. Andere eisen zijn onder meer het ondersteunen van secundair gebruik, de voorbereiding op EHDS en het onderzoeken hoe beeldgegevens beschikbaar kunnen worden gemaakt voor AI-workflows.
We moeten oppassen dat we niet suggereren dat één architectuurkeuze al deze uitdagingen oplost. Dat is niet zo.
Maar de richting is wel belangrijk.
Als elke nieuwe eis resulteert in een nieuwe uitwisselingsomgeving, zullen zorgorganisaties het zeker moeilijk vinden om een voldoende schaalniveau te bereiken dat de inspanningen, investeringen en kosten rechtvaardigt. Wat ik belangrijk vind, is dat ziekenhuizen een visie ontwikkelen op hoe ze van hun huidige uitwisselingsoplossingen kunnen overstappen naar een interoperabiliteitsplatform dat kan meegroeien met veranderende eisen en behoeften.
Daarom denk ik dat cardiologie een interessante test is voor een veel breder principe.
Voor ziekenhuizen die Founda en XDS al gebruiken voor de uitwisseling van radiologische beelden, zou de vraag niet automatisch moeten zijn:
Welk nieuw platform hebben we nodig voor cardiologie?
Een betere vraag zou zijn:
Hoeveel hiervan kunnen we realiseren met de infrastructuur die we al gebruiken?
Dit is een belangrijk onderdeel van hoe we bij Founda over data-beschikbaarheid denken. Standaardgebaseerde en leveranciersneutrale infrastructuur moet een basis bieden die kan worden uitgebreid naarmate nieuwe data, systemen en workflows moeten worden gekoppeld, of wanneer de interoperabiliteitsvereisten veranderen. In plaats van dat er voor elk nieuw gebruiksscenario een aparte uitwisselingsoplossing nodig is.
Voor ziekenhuizen die al via Founda verbonden zijn met de Nederlandse XDS-infrastructuur, is cardiologie een praktisch voorbeeld van dit principe. Het bestaande netwerk, de governance en de ophaalpaden kunnen een ander beeldvormingsdomein ondersteunen, terwijl cardiologen blijven werken met de klinische tools en workflows die ze nodig hebben.
Radiologie heeft geholpen bij de opbouw van het netwerk. Nu kan cardiologie daarvan profiteren en voortbouwen op die basis.
Op 8 september organiseren we een webinar om dit precies te bespreken. Neem deel aan het webinar met onze collega's van St. Antonius en ontdek hoe en waarom zij de uitwisseling van cardiologische beelden integreren in hun bestaande XDS-infrastructuur. We bespreken de architectonische keuzes, het verbindingsproces en de implementatieoverwegingen die bij deze aanpak komen kijken.